Geestelijke volwassenheid door NEE te zeggen

10/10/20263 min lezen

Het begint altijd met goede intenties. Je helpt een keer mee, iemand vraagt of je een dienst kunt overnemen, je vult een gaatje in het rooster… en voor je het weet, heb je meerdere taken, teams en verantwoordelijkheden op je schouders.

Omdat je wilt helpen. Omdat je van de gemeente houdt. Misschien zelfs omdat je niemand wilt teleurstellen.

Maar soms stapelen die “ja’s” zich zo op dat je kan gaan overlopen. Je agenda raakt vol, je rust verdwijnt en wat ooit begon vanuit vreugde, voelt steeds meer als een verplichting.

En juist daar begint iets belangrijks: leren onderscheiden tussen wat goed is en wat God van jóu vraagt.

Want niet alles wat goed is, is automatisch jouw opdracht.

Dat zien we bijvoorbeeld bij Martha en Maria in Lukas 10. Martha is druk met dienen en zorgen voor alles wat geregeld moet worden. Maria zit aan de voeten van Jezus en luistert naar Zijn woorden. Jezus zegt niet dat dienen verkeerd is. Hij laat zien dat Martha zo opgaat in haar vele bezigheden dat ze uit het oog dreigt te verliezen wat op dat moment werkelijk belangrijk is.

Dat is een confronterende gedachte: je kunt zó druk zijn met iets voor Jezus, dat je nauwelijks nog tijd hebt om bij Jezus te zijn.

Ook Jezus Zelf liet zien dat Hij niet op iedere behoefte inging.

In Marcus 1:35-38 trekt Hij Zich vroeg in de morgen terug om te bidden. Wanneer de discipelen Hem vertellen dat iedereen Hem zoekt, gaat Hij niet automatisch terug omdat mensen Hem nodig hebben. Hij zegt dat Hij verder moet gaan om ook op andere plaatsen te prediken.

Er waren mensen die Jezus nodig hadden. Er waren verwachtingen. Er waren mogelijkheden.

Toch zei Hij in feite: dit is niet wat Ik nu moet doen.

Jezus liet Zijn agenda niet bepalen door alles wat dringend was, maar door wat de Vader van Hem vroeg.

Daar zit een belangrijk verschil.

Geestelijke volwassenheid betekent niet dat je overal beschikbaar voor bent. Het betekent dat je leert onderscheiden waarvoor God jou wél en waarvoor Hij jou níét roept.

Dat vraagt soms om een “nee”.

Niet ieder goed verzoek is jouw opdracht. Niet iedere behoefte is jouw verantwoordelijkheid. En niet ieder gat op een rooster hoeft door jou gevuld te worden.

Ook Mozes moest dit leren. In Exodus 18 ziet zijn schoonvader Jethro dat Mozes probeert om alle verantwoordelijkheid voor het volk zelf te dragen. Jethro waarschuwt hem dat dit niet goed is en dat hij zichzelf én het volk zal uitputten.

Zijn oplossing? Verantwoordelijkheid verdelen.

Dat is geen gebrek aan toewijding. Het is wijsheid.

Soms is zeggen “ik kan dit niet dragen” geen teken van zwakte, maar juist van geestelijke volwassenheid.

Paulus gebruikt in 1 Korintiërs 12 het beeld van het lichaam. Er zijn verschillende leden en ieder heeft een eigen plaats en functie. Een oog hoeft geen hand te worden en een hand hoeft geen voet te zijn.

Niet iedereen hoeft alles te doen.

Dat is niet alleen belangrijk voor ons persoonlijk, maar ook voor de gemeente als geheel.

Een gezonde kerk is niet een plek waar ieder gat zo snel mogelijk gevuld moet worden door degene die toevallig beschikbaar is. Het is een gemeenschap waarin mensen ruimte krijgen om te ontdekken waar God hen voor roept.

Soms moeten we als gemeente zelfs leren om een “nee” te ontvangen zonder daar schuldgevoel aan te koppelen.

Want iemand die niet alles doet, is niet automatisch minder toegewijd.

Misschien is die persoon juist aan het leren om vanuit roeping te leven in plaats van vanuit druk of presteren.

Jezus zegt in Mattheüs 11:28:

“Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”

Rust is geen beloning die je krijgt nadat je alle taken hebt afgewerkt. Het hoort bij een gezond leven met God.

Daarom mogen we onszelf soms een eenvoudige vraag stellen voordat we opnieuw “ja” zeggen:

“Is dit wat God nu van mij vraagt?”

Het antwoord kan soms “ja” zijn.

Maar het mag ook “nee” zijn.

En dat “nee” hoeft niet voort te komen uit egoïsme, gemakzucht of onverschilligheid. Het kan voortkomen uit gebed, onderscheidingsvermogen en het verlangen om trouw te zijn aan wat God werkelijk van je vraagt.

Misschien is dat wel een van de mooiste vormen van geestelijke volwassenheid: niet langer proberen om overal nodig te zijn, maar leren om precies daar beschikbaar te zijn waar God je hebben wil.

Want volwassen geloof betekent niet dat je steeds meer doet.

Het betekent dat je steeds beter leert onderscheiden wat je wél en wat je níét moet doen.

En soms is een eerlijke “nee” dan tegen een taak uiteindelijk een veel diepere “ja” tegen God.